Doorgaan naar hoofdcontent

Één Jaar




“In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men het ‘pur’, dat is het lot, in de tegenwoordigheid van Haman, van dag tot dag en van maand tot maand, tot de twaalfde maand, dat is de maand Adar.” Esther 3:7

Één jaar… viel het jou ook op?

De Joden hadden één jaar om zich voor te bereiden op hun sterfdag. De maand en de dag waarop Haman hun uitroeiing had vastgesteld was één jaar later. Stel je voor dat wij te horen zouden krijgen dat alle Christenen in ons land – van jong tot oud, mannen, vrouwen en kinderen – over een jaar ter dood gebracht zouden worden! Ik krijg kippenvel als ik me bedenk hoe het moet zijn geweest om een jaar lang te moeten leven met zo’n verschrikkelijk vooruitzicht. De stress, de benauwdheid… de angst.

Toen de datum eenmaal vastgesteld was, benaderde Haman koning Ahasveros met zijn kwade plan. Het is opvallend hoe doortrapt en sluw Haman in vers acht en negen te werk ging toen hij koning Ahasveros over ‘een volk’ vertelde.  

We zien hier dat Haman eerst de Joden hun menselijkheid afnam door ze niet bij hun naam te noemen. In plaats daarvan noemt hij hen ‘een volk’. Dezelfde tactiek werd gebruikt in de vernietigingskampen van de Nazi’s in de Tweede Wereldoorlog, waar Hitler doelbewust de Joodse gevangenen hun naam afpakte en ze in plaats daarvan een nummer op de arm tatoeëerde. Nummers zijn anoniem, zijn vaag en roepen geen emoties op… namen doen dat wel. “Mordechai de Jood”: namen zijn persoonlijk, specifiek en herkenbaar.

Vervolgens beschrijft Haman hoe de Joden zijn “verstrooid en verspreid […] in alle gewesten” van het koninkrijk van koning Ahasveros… een koninkrijk waar Israël ook onder viel.

“Hun wetten zijn anders dan die van alle volken.” Met andere woorden: ze horen niet bij ons. Niets was minder waar. De Joden waren bijna te goed ingeburgerd in de Perzische cultuur. Koning Ahasveros had zelfs niet door dat zijn eigen koningin Joods was.

“Er is niemand die de wetten van de koning uitvoert.”  Was het niet Mordechai, de Jood, die koning Ahasveros beschermde tegen een aanslag door zijn eigen bewakers?

“Het past de koning niet hen met rust te laten.” Lees: Haman wilde hen niet met rust laten. Vergeet niet dat Haman een Agagiet was, een afstammeling van Koning Amalek. De Amalekieten waren eeuwenoude vijanden van de Joden (Exodus 17:6, 1 Samuël 15:20 & Deuteronomium 25:17-19). Haat heeft een geschiedenis en wordt van generatie op generatie doorgegeven. Niemand wordt bevooroordeeld geboren; het wordt ons aangeleerd en wij geven het op onze beurt door aan de volgende generatie.

Tenslotte zien we hoe Haman ook nog aanbiedt om zelf voor zijn kwade plan te betalen (vers 9). Hoe was Haman dan van plan aan het geld te komen om al die mannen te betalen die deze gruwelijke wet zouden uitvoeren? Van de Joden zelf, natuurlijk! Haman zou alle huizen en bedrijven van de ten dode opgeschreven Joden plunderen, een deel van de buit ongetwijfeld in zijn eigen zak steken en de rest gebruiken om de koning mee in te palmen.

Let op: Haman sprak slechts de halve waarheid, gebruikte bedrog en zette uiteindelijk zelfs leugens in, maar toch was hij geen domme man. Door zijn sluwe en uitgekiende woorden kon Haman koning Ahasveros overreden zijn verschrikkelijke plan uit te voeren.

Vergeet echter niet – wat Satan ten kwade bedenkt, keert God ten goede.

Zelfs al was dit een ondenkbaar kwaadaardig plan, God gebruikte het om Zijn kinderen te verenigen. Ook al beweerde Haman iets anders, de Joden waren misschien iets te goed ingeburgerd in de Perzische cultuur. Misschien, heel misschien, liet God dit wel toe zodat Zijn kinderen zich zouden herinneren wie ze waren, hoe Hij hen in het verleden van het kwaad had verlost door hun afhankelijkheid van Hem, zodat ze zich opnieuw tot Hem zouden keren.

Ik geloof dat wij allemaal momenten in ons leven hebben waar wij ‘Hamans’ tegenkomen. Mensen die over ons liegen, mensen die ons haten om wat wij geloven, mannen of vrouwen die om wat voor reden dan ook bevooroordeeld zijn jegens ons en zelfs ‘wetten’ bedenken om ons kwaad te doen. Houd moed, lieve vriendinnen! Hoewel wij in dit leven moeite zullen kennen, herinnert Jezus ons in Johannes 16:33 eraan dat HIJ de wereld heeft overwonnen!

Ik denk dat het tijd is dat Gods kinderen zich opnieuw verenigen, vaststaan op Zijn Woord en uit alle macht bidden voor deze wereld die Hem niet kent. Door het geloof kunnen wij in moeilijke tijden op Hem vertrouwen, wetende dat Hij aan het werk is.

Ons leven lijkt op dat van Esther. Misschien zien wij God niet, maar we weten dat Hij met ons is en dat hij in en door alle verschillende gebeurtenissen in ons leven werkt. Niets is toeval.

Lieve vriendin, ik weet niet welke ‘Hamans’ er op dit moment in jouw leven zijn, maar dit weet ik zeker: God kan ook door jouw lijden heen groei geven. Misschien voel jij je onzichtbaar, God ziet jou waar je ook bent. Stel je vertrouwen op God wanneer je vijand lijkt te winnen en bedenk dat de dag die je ondergang zou moeten zijn in werkelijkheid juist de dag van je verlossing is. Blijf doorgaan, volhard en houd je ogen open voor Gods vingerafdruk in jouw leven!

Laten we praten! Deel met ons wat God jou door de verzen van deze week heeft geleerd.

Heb God groots lief!























Reacties