Doorgaan naar hoofdcontent

Jij bent niet goed genoeg





“Je bent niet goed genoeg”. Deze leugen heeft door de tijd heen allerlei variaties, nuances en vormen aangenomen, maar het is in wezen nog altijd dezelfde leugen die de vijand ons vanaf het begin van de schepping heeft ingefluisterd. Die leugen is bedoeld om ons ervan te weerhouden dat we in het geloof stappen zetten en datgene gaan doen waartoe God ons heeft geschapen en geroepen.

Soms gaat die leugen gepaard met schaamte over ons verleden, of over een levensterrein waarop we ons zwak voelen, of hij komt voort uit faalangst, of uit de vrees om ergens in tekort te schieten. Ook kan hij opduiken doordat we ons met anderen vergelijken die succes hebben in hun bediening, in zaken, in relaties, kortom het hele leven, terwijl wij onszelf  ondeskundig, onvoorbereid en ongeschikt voelen om te volbrengen wat God met ons wil.


In welke vorm die leugen zich ook voordoet, hij probeert ons altijd in de val te laten lopen door ons te laten denken dat we ergens,  diep van binnen, niet goed genoeg zijn.


Maar in werkelijkheid ziet God ons niet als “niet goed genoeg”. Hij weet dat we beperkingen en tekortkomingen hebben, dat we een werk in uitvoering zijn, maar als Hij naar ons kijkt, ziet Hij ons precies zoals Hij ons gemaakt heeft. Hij wist wat Hij kreeg, toen Hij ons riep, want toen Hij ons maakte, had Hij een doel in gedachten. Efeze 2:10 zegt:” Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.”


Er is niets in ons dat God kan beperken in Zijn bereidheid om ons toe te rusten, te vervullen en kracht te geven. Hij heeft ons van tevoren toegerust met alles wat we nodig hebben om te doen waartoe Hij ons roept.


Ik vind die passages in Exodus 3:1-14 en 4:1-12 zo mooi, waarin God tegen Mozes zegt wat hij moet doen om de Israëlieten uit de slavernij in de vrijheid te brengen. Mozes hield maar niet op om al zijn beperkingen naar voren te brengen – hij was bang, hij geloofde niet dat ook maar iemand hem serieus zou nemen, hij voelde zich ongeschikt, hij wist niet hoe hij spreken moest, en hij bleef maar alle mogelijke excuses aanvoeren bij God.


Ik heb geloof ik wel wat met Mozes gemeen. Een paar jaar geleden werd ik gevraagd voor een interview op een podcast, om mijn getuigenis te delen. Zoiets had ik nog nooit gedaan, en spreken in het openbaar stond nou niet bepaald op mijn verlanglijstje. Nadat ik een paar keer had geprobeerd eronderuit te komen, maakte de Heer mij duidelijk dat Hij dit op mijn pad gebracht had en dat ik het moest doen. Dus ik zei ja, en deed het interview.


Tot op dat moment had ik er geen vertrouwen in dat ik ook maar twee samenhangende gedachten aan elkaar zou kunnen knopen, en telkens had ik momenten van innerlijke paniek en liep ik te verzinnen hoe ik hier uit moest komen. Maar toen het interview begon, voelde ik hoe de Heilige Geest mij de juiste woorden gaf om uit te spreken, en mij hielp mijn gedachten zo te formuleren, dat ik zeker wist dat dit niet kwam door mijn vaardigheid om in het openbaar te spreken. Ik werd niet ter plekke omgetoverd tot een gepolijste, goed getrainde spreker, maar Zijn genade en zalving kwamen over mij, zodat ik kon doen wat Hij van mij gevraagd had.


Zodoende weet ik dat God het meende toen hij tot Mozes sprak in Exodus 4:11-12: “Wie heeft de mens een mond gegeven, Wie maakt stom of doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de Here? Nu dan, ga heen. Ik zal met uw mond zijn en u leren, wat gij spreken moet.”


Het gaat er niet om hoe goed, of capabel, of geschikt wij van onszelf zijn, maar het gaat erom dat God ons kracht, sterkte, vaardigheid en visie geeft om te doen waartoe Hij ons heeft geroepen. Deze waarheid ontzenuwt alle argumenten waarmee we het doel en de roeping die we hebben in Christus, willen ontwijken. We worden niet allemaal door God geroepen om te spreken in het openbaar. Maar ieder van ons heeft Hij geroepen om dingen te doen  en Hij heeft beloofd ons daarin te onderwijzen en te leiden.


Uit dat interview leerde ik dat God ons het gereedschap ons al in handen heeft gegeven, de woorden in onze mond gelegd, en in ons leven de hulpbronnen gegeven, zodat we kunnen doen wat Hij ons geboden heeft, als Hij ons roept.


2 Korinthe 12:9 zegt: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.”  Als wij ons “niet goed genoeg” aan Hem overgeven, wordt Hij door ons heen MEER DAN GENOEG.


Dus telkens als de vijand probeert binnen te sluipen met die leugen die ons voorhoudt dat we niet goed genoeg zijn, niet genoeg hebben, dat ons ontbreekt wat we nodig hebben, dan mogen we weten dat God al nadrukkelijk heeft verklaard: “Ik heb jou geroepen (Jesaja 43:1) jij bent goed genoeg, en je bezit alles al wat nodig is (2 Petrus 1:3) omdat Mijn genade en Mijn kracht in jou werkt (2 Korinthe 12:9)


Het is niet door wie *wij* zijn op grond van onszelf, of door wat we uit onszelf kunnen, maar doordat de Geest van God in ons leeft en werkt; daardoor worden we goed genoeg gemaakt – gerechtvaardigd, geroepen, bekwaam gemaakt, uitverkoren, en gezegend –  in Zijn ogen.



In liefde,



Uitdaging van de week:
Deel in je dagboek, je post-it aantekeningen of zelfs op Facebook of Instagram hoe God de leugens die deze week je leven binnenkomen, ontzenuwt. Bijvoorbeeld, als je hoort dat jij nooit zult veranderen, schrijf dan op hoe je weet dat dit niet de Waarheid is. Schrijf de verzen op waaraan jij je vasthoudt, en schrijf op hoe God daarmee de leugens die jij onderkend hebt, weerlegt. 



Leesplan week 3:



Weekvers week 3:



Reacties