Doorgaan naar hoofdcontent

Wees Voorzichtig Met Wat Je Anderen Leert




Tjonge, we pakken vandaag wel een belangrijk onderwerp dat ieders hart raakt – de zonden van de tong.

Deze zonde is wereldwijd. Iedereen heeft er een strijd mee en niemand blijft staande. Geen mens is in staat om dit kleine lichaamsdeel volmaakt in bedwang te houden.

In hoofdstuk 3 vers 1 noemt Jakobus een voorzorgsmaatregel voor degenen die op dit gebied moeite hebben: we moeten niet al te graag leraars willen zijn. Hij heeft het hier in het bijzonder over diegenen die onderwijs geven over God.

Anderen iets leren geeft hun veel macht. Zij kunnen mensen sturen, dichter naar God toe, maar ook van Hem vandaan. Zij kunnen anderen meer kennis van God bij brengen en hen helpen groeien in het geloof. Maar ze kunnen ook valse dogma’s verkondigen, halve waarheden en versluierde dwaalleer, waardoor degenen die door hen onderwezen worden  in leugens gaan geloven en niet tot groei komen.

Leraars dragen grote verantwoordelijkheid, en zullen daarom ook  zwaarder verantwoording afleggen en beoordeeld worden wat betreft de richting waarin zij anderen leiden.

We zouden deze verzen lekker even snel kunnen overslaan omdat de meesten van ons niet beroepsmatig Bijbels onderwijs geven. De meesten onder ons reizen niet de wereld af om op conferenties en bijeenkomsten het woord te voeren. Maar laten we niet te snel over dit gedeelte heen lezen – het heeft ons allemaal iets te zeggen.

- Als jij een bijbelstudie leidt ben je verantwoordelijk, niet alleen voor hoe er wordt onderwezen, maar ook voor wat er wordt onderwezen.
- Als jij een ander opleidt of begeleidt, draag jij de verantwoording voor wat jij die ander leert.
- Als jij een ouder van kinderen bent, draag jij een grote verantwoordelijkheid omdat jij geroepen bent om je kinderen God te leren kennen (Deut. 6)

Als ouders dragen we een enorme verantwoordelijkheid. Want doordat we voortdurend met onze kinderen samen zijn leren wij hun veel meer dan anderen. Wat leren wij hun? Welke waarheden leren zij over God? Maken we er ons vanaf of zeggen we dingen die niet waar zijn om te zorgen dat onze kinderen gehoorzaam zijn? Laten we hun de schoonheid van de Heer Jezus zien of alleen maar de strenge “regels” die ze moeten volgen?

Hoe maken we iets goeds van ons onderwijs over God, voor ons gezin en anderen?

We moeten zelf goede leerlingen zijn. Als ijverige leerlingen moeten we vooral inzien dat de Bijbel allereerst gaat over God en niet over de mens. Omdat God Zichzelf in de Schrift aan ons openbaart, moeten we ons altijd afvragen: “Wat leert dit gedeelte mij over God?” Daarna kunnen we ons afvragen: “Wat zegt deze waarheid over mij?” of “Wat is de impact van dit gedeelte op mijn leven?”

Jakobus laat ons hier weten dat God van ons verwacht dat wij een getrouw en eerlijk beeld van Hem geven. Dat het leraarschap een riskante roeping is omdat wij verantwoordelijk gehouden worden voor datgene wat wij anderen leren over God en Zijn woord.

Maar laat je hierdoor niet te zeer afschrikken! Wij hebben immers de Heilige Geest die ons onderwijst, we hebben medegelovigen met wie we zaken kunnen doorspreken, en we hebben de beschikking over een veelheid van boeken vol gezond Bijbels onderwijs.

En als we fouten maken, dan hebben wij een Verlosser die meer dan bereid is ons te vergeven en ons te helpen om onze tong zo te gebruiken dat anderen erdoor worden opgebouwd en bemoedigd.


Ziende op Jezus,


Uitdaging: Bid deze week, en vraag aan God je te helpen om woorden te spreken die bemoedigen en leven brengen naar degenen die je omringen. Neem je voor om te letten op wat je zegt en als je merkt dat je anderen en jezelf bekritiseert, vraag God dan om hulp om woorden te spreken die opbouwen in plaats van omlaag te halen.
Leesplan:

Weekvers:


Reacties