Doorgaan naar hoofdcontent

Je loopt net als je vader



Je praat met je handen, net als je moeder.

Je lacht net als je grootmoeder

Je loopt net als je vader.

Heb je dit soort opmerkingen wel eens gehoord? We lijken allemaal op onze familie doordat eigenschappen worden doorgegeven of doordat je je constant spiegelt aan hen. Deze eigenschappen dienen als een herinnering, tijdens onze dagen op aarde, dat onze daden investeringen in de nieuwe generatie zijn. Paulus laat ons zo’n herinnering zien in het eerst hoofdstuk van de tweede brief aan Timotheüs. 

Aan Timotheüs, mijn geliefde zoon (v. 2)

Ik dank God,  Die ik van mijn voorouders aan dien met een rein geweten (v. 3)

Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont. (v. 5)

Paulus ziet Timotheüs als zijn geestelijke kind en de toon van deze brief is een instruerende toon. Hij geeft zijn Godgegeven wijsheid en bemoediging aan hem door. Paulus erkent ook dat het geloof niet bij hem begon, maar bij de generaties voor hem die God dienden. Paulus onderscheidt het geloof van Timotheüs moeder en grootmoeder. Even terzijde, of je nu een moeder bent met thuiswonende kinderen of een geestelijk moeder voor de gemeenschap waarin je leeft, ik bid dat je bemoedigd zult worden door Paulus woorden. Valt het je op dat hij geen nadruk legt op Timotheüs’ op tijd gestuurde bedankbriefje, of zijn talent om de was altijd in de mand te gooien? Hij heeft het ook niet over Timotheüs’ goede manieren of zijn geweldige biologische maaltijden. Paulus prijst alleen Timotheüs’ geloof en geeft complimenten aan de vrouwen die hem dat geloof hebben voorgeleefd. Laat het onze hoogste prioriteit zijn om de basis van vertrouwen in God voor de volgende generatie te leggen. Maar terug naar de hoofdzaak: Paulus herhaalt dit thema: generaties geven aan elkaar en ontvangen van elkaar.

Als ik Timotheüs was, zou ik op dit moment mijn hand opsteken om hem te onderbreken. 

“Ik weet wel dat je denkt dat ik trouw ben, Paulus, maar ik worstel zo met angst. Jij zit gevangen. Mijn dagen zouden ook nog wel eens geteld kunnen zijn. Weet je dit allemaal wel zeker?”

Kijk, op dezelfde manier als geloof en aanbidding doorgegeven worden door opeenvolgende generaties, worden ook zondige eigenschappen doorgegeven. We zijn gebroken mensen. Zelfs als we ons beste beentje voor zetten is dat ook besmeurd door waar we tekort schoten. Misschien voel ik wel zo met Timotheüs mee, omdat ik ook vatbaar ben voor angst en bezorgdheid. Ik zou je ontelbare voorbeelden kunnen geven uit mijn kindertijd, toen ik prakkiseerde over van alles waar ik nog niet aan toe was. 

Als deze brief voor mij bestemd zou zijn, had ik Paulus gestopt bij het stuk over genadegaven aanwakkeren (v. 6) en had ik aangedrongen op een klein gloeiend kooltje dat allen maar zichtbaar zou zijn als iemand ernaar zou zoeken. Natuurlijk, Paulus, ik zal overwegen om te dienen en om mijn gaven te gebruiken, maar alleen achter de schermen, alleen maar op een manier die de aandacht niet zoveel trekt en op zo’n manier dat ik weinig kritiek zal zijn. Paulus, als je mijn verleden en mijn aard écht zou kennen, zou je weten dat ik maar een heel klein gloeiend kooltje aan zou kunnen. 

‘Nu we het hebben over wat de vorige generaties hebben doorgegeven, moet je weten dat ik nogal wat angst heb meegekregen. Ik ben natuurlijk veel te bezorgd en te timide om zo moedig te zijn voor het evangelie.’

Ik weet niet of dat Timotheüs’ tegenwerping was, maar als dit het was, zou Paulus het argument ontkrachten. Ik weet wel dat dit vandaag de dag mijn reactie zou zijn, maar Paulus ontkracht mijn argument met vier krachtige woorden. 

God heeft ons vergeven – vier woorden, vier eenvoudige woorden in scherp contrast met het begin van deze brief. 

Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid. (v. 7)

We hebben allemaal zonde geërfd van onze voorouders. Het is een vervelend probleem van de mensheid waaraan niemand kan ontsnappen. Maar God heeft ons vergeven. Hij gaf ons Jezus als offer voor wat ons vlees en onze zonde verdiend hadden, zodat we verlossing mogen ervaren. Omdat God ons heeft vergeven -  de Heilige Geest leeft elke dag in ons met de kracht om te overwinnen wat ons vlees heeft geërfd. Omdat God ons geen geest van vreesachtigheid heeft gegeven, maar van kracht en liefde en bezonnenheid. De wonden die doorgegeven werden door onze familie, de pijn die je altijd met je mee hebt gedragen, de zonde waar je gevoelig voor bent – niets van dit alles heeft het laatste woord. 

Wat je door het vlees geërfd hebt, is overwonnen door wat God door Zijn Geest aan je heeft gegeven. 

We hebben een nieuwe geest. Ik bid dat mensen zullen zien dat ik mijn levensweg bewandel met kracht, liefde en bezonnenheid en dat ze dan zullen zeggen: ‘Ze loopt net als haar Vader.’


Lindsay


Maak deze week speciaal tijd vrij om zaadjes van geloof te zaaien in de volgende generatie.



Reacties